beeld front 2019 05 bis

Katrin Dekoninck (°1971) is een multimediaal kunstenaar die de existentie van de mens tot de kern van haar oeuvre maakt. Via sculpturen, (animatie)tekeningen en stop-motion animatiefilms toont ze zich een meester-observator. Een terugkerend motief is de verbeelding van (fragmenten van) ingetogen, gekwetste lichamen van mannen en vrouwen, sommige in de prille lente, andere in de herfst van hun leven. Na jarenlang experimenteren met schetsen en handgemaakte animaties, richt de ontwikkeling van haar kunstpraktijk zich op het maken van sculpturen. Na een vaktechnische opleiding in Montana City, Amerika, boetseert Dekoninck - inmiddels een decennium - arbeidsintensieve, monumentale beelden/installaties.1

De taal van Dekoninck laat zich lezen in de lichamen die ze modelleert: in een afgewende blik of een verlegen hand, in turende ogen, hangende armen of frunnikende vingers. De geboetseerde lijven zijn vaak voorovergebogen, in zichzelf teruggeplooid of geharnast tegen een buitenwereld. Sommige hebben gesloten ogen of houden de handen over de oren - alsof ze zich even willen afzonderen van prikkels of een verlangen koesteren om zichzelf weg te cijferen, om even te verdwijnen. Steeds is er een onderhuidse spanning voelbaar. De sculpturen geven iets prijs: een onzekerheid, verlangen, verdriet of schaamte, een gebrek aan empathie met zichzelf (ref. psychiater Louis Tas), of misschien wel eenzaamheid, bezorgdheid, moeheid of pijn. Het zijn zoekende, getormenteerde lichamen die we - zoals elk levend wezen - nooit ten volle kunnen kennen, maar we kunnen ze wel vanuit een compassie proberen te begrijpen of vanuit een herkenning troost in het werk vinden.

1 De huidige artistieke productie is het resultaat van tien jaar experimenteren met steengoedklei en een complex procedé bestaande uit verschillende fasen: het beeld wordt eerst massief opgebouwd/vormgegeven op een ijzeren drager, om het vervolgens in stukken te snijden, uit te hollen, terug op te bouwen/vorm te geven, opnieuw in stukken te snijden, en ten slotte te bakken. De komende jaren zal Dekoninck mogelijk ook andere materialen ter hand nemen, zoals brons, epoxie of was

Sofie Crabbé kunsthistoricus -curator